BILLY

Beatrijs Eemans, 2006


De jonge Belgische kunstenaar Stefaan Dheedene (°1975) studeerde eind vorig jaar af aan het HISK (Hoger Instituut voor Schone Kunsten) te Antwerpen. Hij laat zich in zijn recentste werken inspireren door observaties, ontmoetingen, beelden en objecten die hij toevallig aantreft. Hij verwerkt ze in documentaires, ruimtelijke reconstructies en copies. De videodocumenten richten zich vooral op productieve werkzaamheden en effecten. Hij onderzoekt het ‘speelterrein’ waar informatie verzameld wordt en de lokale effecten die dit genereert, eerder dan het verband tussen de informatie en de gebruiker. Gefascineerd door documentaires en propagandafilms speelt hij met de conventies van het documentaire genre en poogt hij de kunstcontext te gebruiken voor culturele gelaagdheid of correctie in contrast met of soms aansluitend op de kunstmarkt.

Vertrekpunt voor de nieuwe installatie in deze tentoonstelling is de reproductie van een massaproduct waarbij een globalistische productie tot menselijke schaal wordt herleid: 1 meubel / 1 schrijnwerker. Uiteindelijk levert het eindresultaat van deze artistieke onderneming identiek hetzelfde product op. Enkel het statuut (of, zo men wil, de status) en de categorie van het product is gewijzigd. Het nagemaakte object verwerft het statuut van ‘uniek, authentiek kunstwerk’ ook al verschilt het in wat uiterlijke kenmerken betreft in niets van een standaardproduct dat in het commerciële circuit op grote schaal geproduceerd en massaal geconsumeerd wordt. Dheedene koos een willekeurig object voor deze artistieke interventie: de boekenkast ‘Billy’, hét clichésymbool van meubelgigant IKEA. Kern van het opzet is de uitwisseling tussen een museum –SMAK- en een megaketen –IKEA-, waarbij de kunstenaar gebruik maakt van de kunstcontext om zijn persoonlijk artistiek systeem te infiltreren in een globaliserend economisch systeem. Concreet betekent dit dat de “oorspronkelijk aangekochte” boekenkast in de tentoonstellingsruimte gepresenteerd wordt. De kunstenaar poogt bij het begin van de tentoonstelling de nagemaakte ‘Billy’-kast ongemerkt weer in het commerciële circuit van de winkelketen te infiltreren. De perceptie van deze transactie zal in beide systemen verschillend zijn, wat voor de ene een verlies betekent (een copie als minderwaardig dan het origineel) zal door de andere beschouwd worden als een meerwaarde (het vervangen van een banaal product door een waardevol kunstwerk). Een certificaat van authenticiteit zal de nietsvermoedende koper inlichten over het feit dat hij ‘een kunstwerk’ kocht, en dat het echte meubel zich bevindt in het SMAK. Het gaat er voor de kunstenaar niet bepaald om wat of welk product nagemaakt wordt, en ook het reproductieproces op zich is niet het belangrijkste gegeven. Essentieel is het avontuur van de onderneming waarbij de kunstenaar vooral belang hecht aan de consequentie(s) van de infiltratie van het ene systeem in het andere en vice versa. Slechts wanneer de kunstenaar het proces werkelijk volledig afhandelt zal hij de afloop ervan kennen. De kunstenaar profileert zich hier als een soort ‘ondernemer’ of ‘avonturier’. Een avonturier in de zin van iemand die een bepaald idee daadwerkelijk tot uitvoering brengt en daarbij risico’s neemt. Het letterlijk samensmelten van de merknamen IKEA en SMAK tot KAMIKASE verwijst hier ook naar met een knipoog. De kunstenaar als kamikaze-piloot die zich met zijn interventie in een gevestigd systeem inboort, waarbij hij slechts een minimale storing veroorzaakt aan het oppervlak en er niet zal in slagen met zijn actie het systeem te vernietigen.
Volgens Sean Snyder heeft de kunstenaar in het tijdperk van globaliserend kapitalisme een duidelijke ethische verantwoordelijkheid te nemen. Het motief van Dheedene is niet als zodanig ethisch-sociaal verantwoord of gerepolitiseerd te duiden en zijn werk sluit eerder aan bij het discours van Liam Gillick over een specifieke ruimte voor de kunst. Geïnspireerd door de idee van een modernistische vrijplaats, betekent de kunst voor Gillick een “space of contigency” (een ruimte voor onvoorziene gebeurtenissen): een vrijplaats voor discussie, kritiek en weigering. Geen autonome kunst, maar een kunst die via parallelle activiteiten de vanzelfsprekendheid van machtige systemen in de maatschappelijke ruimte deconstrueert om de willekeur en de toevalligheden van deze systemen zichtbaar te maken. En het is net dat wat Dheedene onderneemt. Hij creëert binnen een kunstcontext een avontuurlijke ruimte. Hij construeert een eigen systeem, infiltreert het in een groter systeem, deconstrueert de vanzelfsprekendheden ervan en wijst zo op de zwakke plekken van het andere systeem dat ‘vermoedelijk’ ideaal is.
In deze complexe strategie is Dheedene’s gebruik van documentaire technieken een belangrijk gegeven. Het werkproces van reproductie werd geregistreerd en onder de vorm van een neodocumentaire film aan het publiek gepresenteerd. De film toont bijna een uitgepuurde esthetisering van het werkproces. Het gebruik van documentaire technieken past binnen de actuele tendens waarin kunstenaars de ruimte vinden om hun werk anders te presenteren, in contrast met de traditionele presentatietechnieken. Niet de overdracht van informatie of het waarheidsgehalte is van belang, maar wel ‘de ruimte tot vergissing’.